BeschrijvingDe auto is uitgerust met twee extra mistlampen in de voorbumper.De mistlampen worden ingeschakeld m.b.v.een schakelaar op het middelste schakelaarpaneel van het dashboard;bij ingeschakelde lichten gaat ook het bijbehorende controlelampjeop het instrumentenpaneel branden.Een relais - in de zekeringen- en relaiskastin de motorruimte - schakelt de mistlampen via een zekering in.Het relais wordt bediend door deBody Computer: het relais wordt bekrachtigd bij:toestemmingssignaal bij contactsleutel op MAR (INT);bedieningssignaal vanaf schakelaarsignaal ingeschakelde buitenverlichting.Als de buitenverlichting wordt uitgeschakeld,dan schakelen de mistlampen uit; ook als de bijbehorende schakelaaris ingedrukt. Als de buitenverlichting opnieuw wordt ingeschakeld,dan gaan de mistlampen weer branden. Als het contactslot wordt uitgeschakeld(STOP) en vervolgens weer in MAR wordt gezet, dan moet opnieuw opde toets worden gedrukt om de mistlampen in te schakelen.
Functiebeschrijving Het inschakelsignaal van de mistlampen bereikt pen 20, stekkerH van M1 vanaf de bedieningstoets op het schakelaarpaneel H90 . Het inschakelsignaal voor de buitenverlichtingwordt verzonden naar pen 28, stekker G van Body Computer M1 vanafstuurkolomschakelaar H52430509ZieE2010BUITEN- / KENTEKENVERLICHTING . Het signaal 'sleutel op MAR' (INT) van schakelaar H1 bereikt de zekeringen- en relaiskast onder het dashboard B2 oppen 11, stekker H en wordt vanaf daar naar de Body Computer M1 geleid(pen 9, stekker F). De Body Computer M1 regelt de voedingvan de mistlampen met een massasignaal van de zekeringen- en relaiskastin de motorruimte B1 - vanaf stekker A van M1 - datrelais T14 bekrachtigt: deze voedt de mistlampen F15 (links)en F16 (rechts). Het circuit wordt beschermd door zekering F30 inzekeringen- en relaiskast B2 : Via het CAN is Body Computer M1 verbondenmet instrumentenpaneel E50 voor de regeling van het controlelampje'mistlampen'.
0Uitbouwen201Inbouwen21Controleer of de contactsleutel in stand'STOP' staat, draai de bevestigingsbout los en maak de minklem (-) losvan de accu.Draai de bout los en maak de klem (+) losvan de accu.Draai de moer van de bevestigingsband vande accu los.Verwijder de accu.
5530B22
0Uitbouwen201Inbouwen212432010-5530B10ACCU - U.I.2432013-5530B52HOUDER/STEUN voor accu - U.I..Open de motorkap.1. Maak de stekker (1a) los van de minklem (1b) op de accu.2. Maak de stekker los van de carrosserie.3. Maak de stekker los van de versnellingsbak.4. Verwijder massakabel van de accu.2052930
5530B36
0Uitbouwen201Inbouwen21Zet de auto op een brug.Zet de auto omhoog.1. Draai de moer (1a) los en maak de stekkers (1b, 1c) los van destartmotor. 2052931
5530B52
0Uitbouwen201Inbouwen21 Ga verder met het uitbouwen 2432010-5530B10ACCU - U.I. . 1. Verwijder de opvangbak.2. Draai de bouten (2a) los, maak de kabelbundels los van de klemmenop de houder en verwijder de accuhouder (2b).2045035
0Uitbouwen201Inbouwen212432191-7040A30BEKLEDING LINKSONDERDASHBOARD - U.I.1. Maak de stekkers (1a, 1b, 1c, 1d, 1e, 1f) los.2. Draai de linker bevestigingsbout van de steuntraverse voor hetdashboard los.3. Draai de bevestigingsbouten van de body computer/zekeringen-en relaiskast los.4. Verplaats de dashboardbekleding (4a) iets en verplaats de bodycomputer/zekeringen- en relaiskast (4b) omlaag.5. Maak de stekkers (5a, 5b, 5c) los.6. Verwijder de body computer/zekeringen- en relaiskast.2045005
0Uitbouwen201Inbouwen21Zet de auto op een brug.1. Draai de bevestigingsbouten van de wielkuip voor (1b) los.2045060
5540D14
0Uitbouwen201Inbouwen21Zet de auto op een brug.1. Draai de bevestigingsbouten van de wielkuip voor (1b) los.2045063
5540D38
Controleer of de autoin rijklare staat is, d.w.z. met reservewiel, boorduitrusting enbrandstof.Controleer de bandenspanning.Zet de auto op een vlakke ondergrond opeen afstand van 10 meter recht voor een donkere wand, waarop eenlijn is getrokken met een hoogte (A) van de ondergrond, die overeenkomtmet het midden van de mistlampen.1. Schakel de mistlampen in en stel via boring (1a) de stelschroef(1b) af, zodat de scheiding tussen donker en licht van de lichtbundelzich op hoogte B bevindt (B = 2/3 A - 10 cm).2045066