BeschrijvingHet elektronische ABS anti-blokkeersysteem regelt de remdrukop de wielen om slippen te voorkomen ongeacht de conditie van debanden of het wegdek.Het systeem is volledig geintegreerd inhet remsysteem (het maakt gebruik van dezelfde remvloeistof), zonderde werking van het remsysteem negatief te beinvloeden bij een storingvan het ABS.Via vier sensoren bij de wielen worden desnelheden van de wielen permanent aan de regeleenheid doorgegeven,zodat direct kan worden bepaald welk wiel blokkeert en daardoorde grip verliest.In deze situaties bedient de regeleenheidde magneetkleppen, waardoor de remdruk in het betreffende remcircuitwordt gemoduleerd, zodat het wiel weer gaat draaien en grip krijgt. Hierdoorwordt de remweg zo kort mogelijk en blijft bovendien de macht overhet stuur behouden.De wielsensoren zijn van het 'actieve' typeen worden via de regeleenheid gevoed; ze bestaan uit een 'Hall'-geverdie bij een multipolaire magneetring in het wiellager is gemonteerd;hierdoor is het signaal minder gevoelig voor elektromagnetischestraling en temperatuurwisselingen.De ABS-regeleenheid regelt bovendien deremdrukverdeling tussen de voor- en achteras, waarbij de mechanischeremdrukregeling is vervallen ('EBD'-functie: Electronic Brake Distribution').De regeleenheid beschikt over zelfdiagnose:als er een storing in het ABS wordt gevonden, dan wordt een waarschuwingslampjeingeschakeld en het systeem buiten werking gesteld; in deze situatiebeschikt de auto uitsluitend over het conventionele hydraulischeremsysteem.Als de regeleenheid een storing vindt inde EBD-functie, dan gaan gelijktijdig het 'ABS'-waarschuwingslampjeen het waarschuwingslampje voor 'te laag remvloeistofniveau/aangetrokkenhandrem' branden.768
767In deze situatie wordt de remdrukop de achteras niet langer aangepast, waardoor er zeer voorzichtigmet de auto naar de dealer moet worden gereden.
De ABS-regeleenheid regelt ook de functiesESP (Electronic Stability Program) voor regeling van de stabiliteitvan de auto en ASR (Anti Slip Regulation) en bovendien de functiesHBA (Hydraulic Brake Assist) en HH (Hill Holder) 2430731ZieE7023ESP Voor meer informatie 2430033Schematische werking3340ANTI-BLOKKEERSYSTEEM (A.B.S.).) . De ABS-regeleenheid berekent de werkelijkevoertuigsnelheid m.b.v. de waarden die door de sensoren van de aangedrevenwielen worden geleverd (de ABS-regeleenheid berekent het gemiddelde)en de werkelijke omtreksnelheid van deze wielen, die door de BodyComputer wordt geleverd: dit snelheidsmetersignaal wordt via hetCAN naar de knooppunten verzonden die deze informatie nodig hebben.De ABS-regeleenheid levert bovendien een 'discreet' signaal datde berekende snelheidsinformatie herhaalt en dat via het CAN wordtverzonden.De voedingscircuits van de regeleenheidworden beschermd door een aparte hoofdzekering in de zekeringen-en relaiskast in de motorruimte; de voeding vanaf het contactslotvindt plaats via een aparte zekering in de zekeringen- en relaiskastonder het dashboard.
Functiebeschrijving De ABS-regeleenheid M50 wordt direct gevoed (op pen 12en 25) door de accu via hoofdzekering F5 in zekeringen- enrelaiskast in de motorruimte B1 . De voeding vanaf het contactslot (INT) isaangesloten op pen 23 via zekering F42 in zekeringen- enrelaiskast onder het dashboard B2 . De regeleenheid is via pen 11 en 24 metmassa verbonden. De vier sensoren K70 , K71 , K75 en K76 zenden de snelheidssignalen van de wielen resp. naarpen 20-19, 8-7, 22-21, 10-9 van M50 . De rempedaalschakelaar I30 leverteen toestemmingssignaal aan pen 17 van de regeleenheid M50 :iedere ingreep van het ABS-systeem is geblokkeerd als het rempedaalniet is ingetrapt; de schakelaar I30 krijgt de voeding vanafhet contactslot (INT) via zekering F37 in zekeringen- en relaiskast B2 . Vanaf pen 16 van M50 wordt het 'discrete'snelheidsmetersignaal aan de Body Computer M1 geleverd; ditsignaal wordt ook via het CAN herhaald. Via het CAN is de ABS-regeleenheid M50 verbonden- vanaf pen 1 en 2 - met de inspuitregeleenheid M10 , metBody Computer M1 en met instrumentenpaneel E50 voorhet regelen van het ABS-waarschuwingslampje en, bij storingen inhet EBD, het lampje 'te laag remvloeistofniveau/aangetrokken handrem'.Het daarvoor bestemde waarschuwingslampje gaat branden bij een storingvan een van de hierboven genoemde lampjes. De gegevens van de zelfdiagnose kunnen wordenuitgelezen via stekker C van Body Computer M1 - pen 1; dezeontvangt de signalen van pen 6 van regeleenheid M50 via de diagnose-verbinding. 2430752ZieE8010MULTISTEKKER VOOR DIAGNOSE
ACCU EN KABELS
5530B10
0Uitbouwen201Inbouwen21Controleer of de contactsleutel in stand'STOP' staat, draai de bevestigingsbout los en maak de minklem (-) losvan de accu.Draai de bout los en maak de klem (+) losvan de accu.Draai de moer van de bevestigingsband vande accu los.Verwijder de accu.
5530B22
0Uitbouwen201Inbouwen212432010-5530B10ACCU - U.I.2432013-5530B52HOUDER/STEUN voor accu - U.I..Open de motorkap.1. Maak de stekker (1a) los van de minklem (1b) op de accu.2. Maak de stekker los van de carrosserie.3. Maak de stekker los van de versnellingsbak.4. Verwijder massakabel van de accu.2052930
5530B36
0Uitbouwen201Inbouwen21Zet de auto op een brug.Zet de auto omhoog.1. Draai de moer (1a) los en maak de stekkers (1b, 1c) los van destartmotor. 2052931
5530B52
0Uitbouwen201Inbouwen21 Ga verder met het uitbouwen 2432010-5530B10ACCU - U.I. . 1. Verwijder de opvangbak.2. Draai de bouten (2a) los, maak de kabelbundels los van de klemmenop de houder en verwijder de accuhouder (2b).2045035
0Uitbouwen201Inbouwen212432191-7040A30BEKLEDING LINKSONDERDASHBOARD - U.I.1. Maak de stekkers (1a, 1b, 1c, 1d, 1e, 1f) los.2. Draai de linker bevestigingsbout van de steuntraverse voor hetdashboard los.3. Draai de bevestigingsbouten van de body computer/zekeringen-en relaiskast los.4. Verplaats de dashboardbekleding (4a) iets en verplaats de bodycomputer/zekeringen- en relaiskast (4b) omlaag.5. Maak de stekkers (5a, 5b, 5c) los.6. Verwijder de body computer/zekeringen- en relaiskast.2045005
0Uitbouwen201Inbouwen21Controleer of de contactsleutel in stand'STOP' staat en maak de minklem (-) los van de accu.1. Maak de stekker los van de remlichtschakelaar.2. Draai de remlichtschakelaar los en verwijder de schakelaar.2045071
5550D16
0Uitbouwen201Inbouwen21Open de achterklep.1. Maak de beschermrubbers los.2. Druk de borgingen van de lichtunit in de richting van de pijlenen maak deze los uit de zittingen.2045072
5550D17
0Uitbouwen201Inbouwen212432043-5550D16DERDE REMLICHT - U.I.1. Maak de borgingen (1b) los en verwijder de lamphouder (1a).2. Verwijder de lampen (2a) uit de lamphouder (1b) (geklemde montage).2045074
0Uitbouwen201Inbouwen21Controleer of de contactsleutel in stand'STOP' staat en maak de minklem (-) los van de accu.1. Maak de stekker los van de schakelaar voor het achteruitrijlicht.2. Draai de schakelaar los en verwijder de schakelaar voor het achteruitrijlicht.2045076
0Uitbouwen201Inbouwen21 Ga verder met het uitbouwen 2432010-5530B10ACCU - U.I. . Ga verder met het uitbouwen 2432013-5530B52HOUDER/STEUN voor accu- U.I.. . 1. Verwijder de beschermdop op de ontluchtingsnippel van de remtang.2. Sluit het opvangsysteem (slang en reservoir) aan op de ontluchtingsnippelvan de remtang.3. Open de ontluchtingsnippel op de remtang.Wacht tot het rem-/koppelingsvloeistofreservoirleeg is.2044760
0Uitbouwen201Inbouwen21.767In de volgende procedureis het uit-/inbouwen van de toerentalsensor voor het linker achterwielbeschreven; ga voor de toerentalsensor bij het rechter achterwielop dezelfde wijze te werk.Zet de auto op een hefbrug.Controleer of de contactsleutel in stand'STOP' staat en maak de minklem (-) los van de accu.1. Draai de bout (1a) los en verwijder de toerentalsensor (1b) voorhet achterwiel uit de zitting.2. Maak de kabel voor de toerentalsensor op het achterwiel los uitde bevestigingen op de achterwielophanging.2044773